
Elke keer wanneer ze haar spiegelbeeld ziet, herinnert het haar aan die bewuste dag, 10 augustus 2008. De onnatuurlijke kromming in haar neus is voor weinigen zichtbaar, voor haarzelf des te meer.
30 juni 2006, de dag dat ze hem had leren kennen, tevens de enige dag in haar leven die ze graag over had willen doen, ‘waarom’ was het enige wat ze zich herhaaldelijk af bleef vragen en dan voornamelijk ‘waarom ik’.
Vanaf het begin wist ze dat het foute koek was, en misschien nam ze om die reden onbewust afstand. Bloed kruipt waar het niet gaan kan is wat ze zeggen, doe dat in haar geval in het kwadraat. Tegen beter weten in liet ze het dichterbij komen, tot op het punt of no return.
Ze hield van hem, ze leefde voor hem, een dag zonder hem voelde als een dag niet geleefd. Het was een onnatuurlijke en abnormale dwang om hem in haar buurt te hebben, de onafhankelijke stoere vrouw verdween als sneeuw voor de zon.
Stiekem had ze altijd geweten dat er veel gebeurde achter haar rug om. Ze kreeg telefoontjes, vond foto’s, smsjes, zelfs kledingstukken waarvan ze wist dat deze onmogelijk van hem konden zijn, maar ze bleef haar ogen sluiten, liever ongelukkig samen dan het ondenkbare gelukkig alleen.
‘When the buried and hidden can be seen by the blind’
Hij blowde, veel. Zijn ogen waren altijd rood doorlopen, en soms was hij dagenlang niet aanspreekbaar. Zijn verleden maakte dat hij niet meer in de toekomst geloofde, zij deed er alles aan om hem hieruit te helpen. Maandelijks kreeg hij terugvallen, Wanneer ze hem belde kreeg ze zijn voicemail en wanneer ze langs zijn huis ging was alles donker. Na een half uur dwangmatig aanbellen deed hij meestal wel open, hij was al vijf dagen het huis niet uitgegaan en wanneer ze in zijn ogen keek was het alsof zijn ziel zijn lichaam had verlaten.
Op valentijnsdag stond hij op de stoep, ze liet hem binnen. Hij lachte maar zijn ogen straalden gevoelloosheid uit, het was weer zo’n dag. Ze draaide haar hoofd weg, haar maag draaide om en hoorde zichzelf zeggen ‘dit werkt voor mij niet meer, je kan beter gaan.’
Als in een droom zag ze hem opstaan, zijn hoofd hing naar beneden en ze hoorde de deur dichtslaan. Het moment dat ze zich realiseerde wat ze had gedaan, stroomde de tranen over haar wangen, onophoudelijk, drie dagen lang.
Vier dagen later kwam ze ‘s avonds laat thuis en stond hij compleet doorweekt in de stromende regen voor haar deur, huilend, naar het schijnt al drie uur lang. Ze vergat spontaan alles wat er gebeurd was, en dankte God op haar blote knieën dat hij hem teruggestuurd had.
Na een aantal maanden besloot hij zijn trainingsschema weer op te voeren, thaiboxen was zijn lust en zijn leven en gaf hem zelfvertrouwen. Zes speciale maaltijden per dag moesten er gekookt worden, ze deed het met liefde. Het trainen wierp zijn vruchten af. Het duurde niet lang voordat ze dit mocht ervaren. De eerste keer stond in haar geheugen gegrift, tranen over zijn wangen, hij hield van haar, hij kon niet zonder haar, het zou bij deze keer blijven, het zou nooit meer gebeuren, zijn belofte had ze.
Ze schaamde zich diep, hoe had het zover kunnen komen? Het werd in de doofpot gestopt, ze besloot wijselijk haar mond te houden naar haar omgeving toe, niemand hoefde dit te weten, ze zouden het toch niet begrijpen.
Maanden gingen voorbij, het ging van kwaad tot erger. Diep van binnen voelde ze dat het hoogtepunt nog moest komen en er een dag zou komen dat ze niet meer op zou staan. De kracht om afscheid te nemen was er niet, ze was niet sterk genoeg. De euforie van het goedmaken woog zwaarder dan de pijn die ze alvorens had ervaren. Ze waren ying en yang, op een ziekelijke en ironische manier. Misschien was het ook wel haar eigen schuld, ze was bijdehand, ging overal tegenin en was soms misschien iets té provocerend. Misschien had ze er wel om gevraagd, hij zei dat niemand anders hem ooit zo ver had kunnen krijgen. Of misschien was dit echte liefde, deed je dit wanneer je echt om iemand gaf, het feit dat niemand hem ooit zover had kunnen krijgen werkte bevestigend en nam ze op als een compliment.
Heel diep van binnen voelde ze dat er geen toekomst in zat, ze hield hem weg bij alles en iedereen die ze lief had wetend dat zij gelijk door de facade heen zouden prikken en haar zouden wijzen op de feiten die ze zelf zo steevast probeerde te ontkennen.
Ze droomde stiekem van hun leven samen. Ooit, als ze maar hard genoeg haar best bleef doen, zou hij veranderen, zou zij veranderen, zouden hun veranderen en zou alles beter worden, echt waar.
Ze staarde naar het aanrecht en zag ze liggen, de twee telefoons die hij altijd hardnekkig bij haar weghield. Ze nam plaats op de bank en staarde naar de telefoons, de telefoons staarden terug. Na lang twijfelen besloot ze tegen al haar principes in te zoeken naar hetgeen ze vermoedde aan te treffen en al haar twijfels werden in één klap bevestigd.
Zonder om te kijken trok ze de deur achter zich dicht en rende ze weg, bij de eerste de beste prullenbak opende ze haar telefoons en brak beide simkaarten doormidden, hopend dat het definitief zou bijdragen aan een leven zonder hem.
Zonder iets te zeggen besloot ze het vliegtuig te pakken en naar het buitenland te vertrekken, weg van alles en iedereen. Daar, aan de andere kant was ze veilig en kon ze haar gedachten op een rijtje zetten. Soms, heel soms dacht ze even aan hem, pakte haar telefoon, draaide eerst #31#, wachtte tot hij opnam en hing vervolgens op.
Haar tante was de enige die wist wat er speelde en sprak haar nachtenlang toe. Jaren geleden had ze het zelf ervaren, en ze wist hoe moeilijk het was om eruit te komen.
Na 7 weken voelde ze zich sterk genoeg om terug te gaan, ze had het achter zich gelaten.
Ze keek naar hem, zijn huid was perfect, zijn ogen iets te groot, zijn neus ietwat vreemd, het geheel klopte niet helemaal maar voor haar was hij de mooiste man op deze aardbol. Niet alleen voor haar, geheel vrouwelijk Nederland scheen haar mening te delen en was niet van plan dit onder stoelen of banken te steken.
‘Don’t need prophets or preachers to make sense of the signs.’
Langzaam verwijderde ze zich van haar omgeving. Een aantal vriendinnen hadden de hoop opgegeven en konden het niet langer aanzien.
De bewuste dag besloten ze er definitief een punt achter te zetten, het ging niet langer. Haar vriendin hoorde het verdriet in haar stem en besloot haar op te halen, even weg van alles.
Zij mocht de plek uitkiezen en koos voor de plek waarvan ze onbewust wist, dat hij wist dat hij haar daar zou kunnen vinden. Ze voelde elkaar nog altijd perfect aan, na twee uur kwam hij aanlopen.
Hij liep op haar af, ze rook de alcoholwalm die om hem heen hing al van een afstand en voelde haar maag omdraaien. Even keken ze elkaar twijfelend aan, hij boog voorover en fluisterde in haar oor dat hij niet zonder haar kon, ze moesten vergeten wat er eerder die dag gebeurd was, ze hoorden bij elkaar.
Langzaam voelde ze de moed in haar schoenen zakken en werd alles in haar hoofd weer troebel. Zo vastberaden als ze die middag was geweest, zo mak werd ze nu weer.
Ineens ging zijn telefoon af. Hij nam op en sprak op een manier waarop ze hem tot nu toe alleen tegen haar had horen spreken, lief, zacht, gevoelig; ze wist genoeg. Hij zag haar blik en hing op. Ze griste zijn telefoon uit zijn hand, wist in rap tempo het menu door te scrollen en zag ontelbaar berichten die vele maanden teruggingen. Van ‘haar’.
Ze staarden beide naar de grond, waar zijn telefoon lag, in stukjes. Allebei verbouwereerd en met stomheid geslagen, zij wegens hetgeen ze net ontdekt had, hij vanwege haar felle reactie. Ze begon te rennen, zover als haar benen haar konden dragen, ze hoorden zijn stappen achter zich. Aangekomen op de parkeerplaats wilde hij praten, het uitleggen.
Haar vriendin kwam in de verte achter ze aanrennen.
Het moment dat ze wilde praten voelde ze hoe haar hoofd tegen de auto aan sloeg, haar bewustzijn langzaam haar lichaam verliet en haar gezicht zag rood van het bloed. Ze bleef onophoudelijk gillen, met haar de gehele menigte om hun heen. Hij verdween in het holst van de nacht, de ambulance reed haar tegemoet.
De ene na de andere hersenscan volgde, een neusfractuur, een kaakfractuur, oogkasfractuur en een zware hersenschudding. Het zou zeker een half jaar duren voor alles weer een beetje in de oorspronkelijke staat zou verkeren, garantie dat het überhaupt helemaal zou herstellen konden ze haar niet geven.
Volkomen uit het veld en de realiteit geslagen belde ze hem, hij nam op. Ze zei dat ze hem nodig had en vroeg hem of hij alsjeblieft wilde komen. Hij vroeg waar ze was en de zuster alarmeerde de politie. Via een zij-uitgang wist ze zich uit de voeten te maken.
‘s Ochtends werd ze nog steeds in shock verkerend wakker, controle over haar lichaam had ze niet meer, elk lichaamsdeel leek losgekoppeld te zijn en leefden hun eigen leven. Met veel moeite wist ze zichzelf uit bed te slepen, alles deed pijn. Als in een trance liep ze naar de spiegel, ze keek naar haar eigen spiegelbeeld en herkende het opgezwolle bebloede gezicht dat terugstaarde geenszins. Alsof door de duivel bezeten begon ze te gillen, tranen stroomde over haar wangen terwijl alle beelden van de vorige avond weer naar boven kwamen. Jarenlange frustratie wist naar buiten te ontsnappen, maar in plaats van opluchting maakte deze plaats voor leegte en onbegrip. Ze had altijd gezworen nooit zo’n vrouw te zijn. Ze was sterker dan dat, ze was verstandiger dan dat, zoiets overkwam alleen domme vrouwen, naïeve vrouwen, goedgelovige vrouwen, geen vrouwen zoals zij.
Met een zwaar hoofd en lood in haar schoenen besloot ze naar het politiebureau te gaan, grote zonnebril op in de hoop dat het de buren niet zou opvallen wat zich afspeelde, ze hadden haar al vaak gewaarschuwd en afkeurend aangekeken wanneer ze toch weer samen over straat liepen.
De politieagent nam het verhaal op en vroeg of ze aangifte wilde doen. Ze twijfelde, nee, toch maar niet.
Naar mate de minuten verstreken leek de pijn ook minder te worden, ze miste hem, God wat miste ze hem. De politieman had haar al gewaarschuwd, in 80% van zulke gevallen ging de vrouw terug, hij had haar bedenkzaam en wantrouwend aangekeken, ze haalde haar schouders op.
Ze besefte hoe zwaar ze in de nesten zat en dat haar ooit zo vertrouwde omgeving nu de meest riskante was om te verblijven. Haar naasten had ze al genoeg lastiggevallen de afgelopen maanden en wilde ze niet nog meer belasten met haar problemen. Na lang nadenken besloot ze dat ze het op eigen kracht niet kon, als ze hier zou blijven zou ze naar hem teruggaan, dat was één ding dat zeker was, ze moest terug naar haar ouders.
Ze keek haar moeder aan, en zonder enige aarzeling hoorde ze zichzelf zeggen, ‘mama, ik wil dood.’
‘If you hit rock bottom, you know the only way is up.’
Drie weken kreeg ze geen hap door haar keel en wist ze haar geest zodanig te verdoven dat ze de pijn enigszins kon onderdrukken, ze hoopte stiekem zoveel alcohol in haar bloed te krijgen dat ze op een dag niet meer wakker zou worden. Dat het fout was wist ze, dit kon niet langer doorgaan, maar het maakte niks meer uit, ze had niks meer te verliezen.
‘Zij’ belde, ze had het niet geweten. Al drie jaar waren ze samen, een half jaar langer dan hun. Ze had bij vlagen vermoedens maar kon ze niet concretiseren, behalve hun voorgevoel wees niets op daadwerkelijke feiten, the joke was on him, hij had het goed gespeeld.
Tags: relatie, huiselijk geweld, liefde, vrouw, man