Archive | Religie RSS feed for this section

Een staaltje Saudische hypocrisie.

10 Jun

Twee-duizend-en-elf. Het jaar voor twee-duizend-en-twaalf.

Het laatste jaar voordat de wereld vergaat, tevens het jaar waarin de aardse bevolking unaniem overeenkomt dat het mooi is geweest. Mohammed Bouazizi was het eerste schaap die de dam over ging, na hem volgden er meer. Veel meer. Enige successen behaald, de één iets succesvoller en doeltreffender dan de ander. De één iets sneller dan de ander, maar they keep on fighting or die trying. Na alle oproer in de (voornamelijk) arabische wereld, is het nu de beurt aan de vrouwen om hun stem te laten horen, enfin!

De vrouwen in Saudie Arabië hebben hun kiesrecht afgedwongen. Tot op heden hadden zij geen recht om te stemmen of zichzelf verkiesbaar te stellen. Nadat een aantal geleerden zich over dit aspect gebogen hebben, kwamen zij tot de conclusie dat het niet in de strijd is met de sharia, het verbieden ervan daarentegen wél. Oeps, foutje. Een ‘beter laat dan nooit’ en ‘get your facts right suckers’ is het enige wat er in mij opkwam.  Eind dit jaar zouden vrouwen eindelijk mee mogen doen met de verkiezingen, een belofte die ook in 2005 gemaakt is, maar op het laatste moment is ingetrokken. Het land zou ‘nog niet klaar zijn’ voor vrouwelijke kiezers.

Manal al-Sharif, een Saudische vrouw heeft via social media alle vrouwelijke landgenoten opgeroepen om 17 juni massaal achter het stuur te kruipen en een wet af te dwingen die de gelijkheid van mannen en vrouwen handhaaft en die er tevens voor zou moeten zorgen dat ook vrouwen mogen autorijden. Helaas is zij zelf enkele dagen geleden opgepakt en zal ze erop moeten vertrouwen dat de rest van de vrouwen net zo sterk zijn als zij en haar plannen voortgezet worden. Wat veel mensen niet weten, is dat er geen geschreven wet is die vrouwen verbiedt te rijden, de mannelijke machthebbers accepteren het gewoonweg niet. Des te meer besef ik me dat het niet de islam is die vrouwen dingen ontzegd en onderdrukt, de mannen kunnen er daarentegen wel heel wat van. Laat daarmee ook gelijk duidelijk zijn dat Saudie Arabië het enige (islamitische) land ter wereld is, die vrouwen verbiedt achter het stuur te kruipen.

Nadat de president van Tunesië, Zine el Abeddine Ben Ali werd verdreven uit zijn land werd hem de toegang ontzegd in Malta waarna hij zijn privéjet weer instapte om door te gaan naar Frankrijk. Meneer Sarkozy zag ook niet veel in het behuizen van een oorlogsmisdadiger en weigerde hem ook. Vervolgens vloog hij door naar Dubai, maar nadat de wielen van het vliegtuig de Dubiaanse grond raakten, mocht hij alweer vertrekken. Eindbestemming? Uiteraard, het land van de tegenstrijdigheden: Saudi Arabië. De president van Yemen die na 3 maanden goed is voor zo’n 300 doden, is tevens gevlucht. Conclusie: oorlogsmisdadigers (lees: moordenaars, massa-afslachters, Jack the Rippers in’t kwadraat) worden gastvrij opgenomen op heilige bodem, máár, vrouwen die rijden zou in strijd zijn met de islam. Right..

Het land met de koning die bekend staat hypocrisie hoog in het vaandel te hebben staan, heeft zijn reputatie wederom eer aan gedaan. Het niet laten rijden van (islamitische) vrouwen heeft niets met religie te maken, het is puur machtsmisbruik door in dit geval, islamitische mannen. Overigens zijn er heel wat mannen die blij zouden zijn als hun vrouwen zouden mogen rijden, dat scheelt flink in de maandelijkse kosten.

Conclusie: Free our Saoudian women!

Kanker hoofddoek.

23 Apr

Laat me bij voorbaat melden dat dit een blog wordt met nul komma nul samenhang, de woordkeuze reteslecht is, het beladen is vol emotie, het waarschijnlijk boordevol spelfouten staat, en ook de opbouw ver te zoeken is desondanks wil ik het toch even kwijt.

Drie maanden geleden vond iemand het nodig mij in een overvolle Albert Heijn uit te schelden voor kanker hoofddoek. Soit. Wilde in de eerste instantie reageren dat ik inderdaad kanker had en hem daarom wegens haaruitval droeg, gewoon, nieuwsgierig naar de reactie. Toch besloten het te laten ben ik verder gegaan met boodschappen doen.
Drie weken geleden gaf een studente in een overvolle trein aan dat zij niet wilde dat ik naast haar plaatsnam. Het moment dat ik dat wel deed kreeg ik een ‘kutbuitenlander’ naar mijn hoofd geslingerd. I have seen worse, dus ook deze liet ik over mijn kant gaan. Vandaag werd mij op Amsterdam CS gevraagd of ik het niet warm had ‘met dat doekje op mn hoofd’ -vraag het aan dat kreng naast me met Uggs aan sukkel- maar nee, ook hier ging ik niet verder op in. Later op de dag liep ik met mamalief op straat, en bleek er iets met ‘burqa’ mijn kant opgegooid te worden, ik hoorde het niet, mijn moeder wel, zij gooide er wel iets overheen, maar ook dit ontging me.

Na deze aanhoudende gebeurtenissen ben ik gaan nadenken, waar mensen ineens  het recht vandaan denken te halen je ongevraagd hun ongezoute, beledigende en pijnlijke meningen op te dringen.

Na op Twitter de onderwerpen PVV, geert Wilders en hoofddoek verbannen te hebben, moet ik het toch nog eenmalig op kwijt.

Ik ben 23, woon op mezelf in een leuk appartement, heb een goede baan, en draag meer belasting af dan me lief is. Ik ben vrij opgevoed, heb altijd de keuzes kunnen maken -en gemaakt- die mij bliefte, en tevens gedaan. Ik ben Moslim en heb na goed overwegen besloten een hoofddoek te dragen. Vanuit geen enkele hoek is me iets opgedragen of verplicht, geloof het of niet, tis allemaal pure vrije wil. (voor een ieder die mij kent weet dat mij überhaupt niks opgedragen kan worden, maar dat even daargelaten)

In mijn dagelijkse leven ben ik heel makkelijk.
Als er in de bedrijfskantine geen halalvlees is, vraag ik daar niet om, en eet wat wel toegestaan is.
Ik bid vijf keer per dag op tijd, laat mijn werk dit niet toe, geen probleem, dan haal ik ‘s avonds thuis alles in.
Ligt mijn Nederlandse moeder ‘s avonds na een dag hard werken uitgeteld op de bank, schenk ik met liefde een glas wijn voor haar in.
Heeft mijn broertje ‘s ochtends een kater, dan bedien ik hem op bed met een stevig ontbijt in de hoop dat hij zich snel beter voelt.
Pas kwam er een verzoek van een niet-islamiet die dicht bij me staat. Deze persoon had iemand leren kennen, en ‘het’ zou wel eens kunnen gebeuren, of ik de daarvoor benodigde voorbehoedmiddelen zou willen halen, de schaamte overheerste van de andere kant. No problem, ik ben naar de Etos geracet en heb zonder blikken of blozen een familiepak condooms gehaald, de enige preek die je van mijn kant krijgt is hoe belangrijk bescherming is.
Ik hou van de gayparade, en van homo’s. Volgens veel moslims is homoseksualiteit verboden, ik heb het vaak onderzocht, en waar in de Torah en de Bijbel letterlijk staat dat hun de meest verschrikkelijke aangedaan mogen worden, heb ik dit nergens in de Quran terug kunnen vinden. Ik gooi het op een ‘God weet het beter’ en laat het oordelen aan Hem over, I love gay men en daarmee uit.

Waar het op neerkomt: Ik dring niemand iets op, functioneer naar behoren, pas me aan, participeer in deze Nederlandse samenleving, maar gebaseerd op het feit dat ik een hoofddoek draag, denken mensen het recht te hebben je als tweederangs burger te mogen behandelen en mij random voor alles en nog wat uit te mogen te maken.

De hoofddoek is een deel van mij, hij hoort bij mij. Ik draag hem nu al zolang, dat bij afwezigheid ik me niet minder naakt zou voelen als wanneer ik in mn blote achterwerk naar buiten zou wandelen. Niet alleen is hij er om een deel van mijn schoonheid te bedekken, ook is hij er om bepaalde verleidingen te weerstaan. Nee, niet voor de mannen, verleiding voor mijzelf.  (geloof me, zo geweldig ben ik niet, ook niet met onbedekt haar).
Ik trek een grens ‘tot hier en niet verder’. Ik ben een volwassen vrouw die alle facetten van het leven geproefd heeft, besloten heeft dat dit de koers is die ik op wil gaan. Het behoed mij voor de dingen waar ik van geloof dat ze mij meer slecht dan goed zullen doen, niet alleen omdat dit in een boek is vastgelegd, ook omdat ik het zelf heb ervaren.

En geloof me, ik hoef niet gered te worden. Had me gered toen ik ‘s avonds laat door jongens lastig gevallen werd. Had me gered toen ik als achttien jarige een week lang doodziek was omdat een debiel GHB in mijn drinken had gegooid tijdens een gezellig avondje op stap met vriendinnen. Had me gered toen ik op te jonge leeftijd een tattoeage zette omdat ik dat stoer vond en niet in de gaten had hoeveel impact zoiets later zou hebben.
Daar lieve meneer wilders, had ik allemaal graag gered van willen worden, jaren geleden.
Dat de een zijn zogenaamde vrijheid de ander niet is, moge duidelijk zijn. Hoe ik dat voor mijzelf afbaken, is aan mij, en mij alleen.
Uiteraard wetende dat het meneer Wilders z’n reet zal roesten of ik onderdrukt ben of niet, en het een staaltje moslim bashen is waar Pim Fortuin een driedubbele salto in zn graf van draait.

De economische crisis is nog steeds niet afgedaan, China neemt de boel over, dagelijks sterven duizenden mensen in oorlogen en aan aids, er worden goed geïntegreerde kinderen gedeporteerd naar land van herkomst, criminaliteit neemt toe, vrouwenhandel is groter dan ooit, maar Nederland maakt zich druk om de hoofddoek.
Als de Nederlandse samenleving zich net zo boos zou maken over de bovenstaande zaken als het feit dat ik mijn hoofd bedek, zouden we zowaar in een utopie kunnen leven.

De volgende keer als je naar een meisje kijkt die haar haren bedekt, denk dan aan de andere kant van het verhaal.

Niet de (niet bestaande) islamisering is een gevaar voor deze samenleving, de groeiende intolerantie is daarentegen wel funest.

Dankjewel meneer Geert Wilders.

‘Ik vind God maar een sukkel’

29 Mar

‘Ik vind God maar een sukkel’ schalt het door de ruimte.

Er valt een ongemakkelijke stilte. Ik hoor dat het typen per direct gestaakt wordt, de plastic koffie bekers worden neergezet. Ik voel hun ogen in mijn rug prikken. Heimelijk hebben ze de discussie gevolgd, hun blikken star op hun scherm gericht, er alles voor over hebbend om maar niet actief bij deze gewaagde discussie betrokken te worden. Tot nu. Het hoge woord is eruit. De climax viel onverwacht. Nog steeds voel ik de blikken in mijn rug priemen. Telepathisch vang ik hun gedachten op,  ik hoor alle scenario’s de revue passeren: Hoe zal ze hierop reageren, wat gaat ze doen? Zal ze hem modern stenigen met het aanwezige elektronische apparatuur of wordt hem onder een luid ‘Allahu Akbar’ gekir ritueel de nek omgedraait?

Ik zit met mijn rug naar hem toe, koffie in één hand, typend met de ander.  Ik ben de enige op de vloer die nog steeds compleet gefocust is op waar ik mee bezig hoor te zijn: mijn werk. De reeds vijftien minuten durende discussie die we voerden, deed ik op automatische piloot. Negentig procent van mijn aandacht lag bij het schrijven van mijn rapport, vijf procent bij het weekend, drie procent bij overige zaken en een luttele twee procent bij deze discussie. Ik draai me om, en zie nog steeds de angstvallige blikken op mij gericht, proberend elke uitdrukking op mijn gezicht te lezen en elke gelaatstrek  te interpreteren, het mag niet baten. Ik zie dat ze niet veel wijzer worden.

Ik neem nog een slok  koffie en richt mijn blik op mijn collega.

Terwijl ik naar hem kijk, bedenk ik me dat hij mijn favoriete collega op deze afdeling is. Ik besef me dat mijn liefde voor deze man met de dag groeit, platonisch welteverstaan. Een rebel pur sang, geboren om tegen heilige huisjes te schoppen, met maar één doel in het leven, tegen álles ingaan. Een grote mond, een klein hartje. Zo gek als een deur, en tegelijkertijd altijd daar wanneer je hem nodig hebt. Onze gesprekken gaan altijd of érgens over, of nérgens over. De gulden middenweg kennen we niet. De collega die haarfijn aanvoelt of ik een goede, of  een mindere dag heb, en met beide scenario’s haarfijn weet om te gaan. De collega die ongevraagd hulp biedt, die niet stopt met zoeken, totdat hij heeft gevonden waar ik naar op zoek was, en dat beperkt zich niet tot de vaste werktijden. Ik kijk naar hem. Hij wordt met de seconde ongemakkelijker, proberend te peilen wat er op dit moment in mijn hoofd omgaat.

Ik kijk naar hem. Een collega kucht ongeduldig aan de andere kant van de ruimte.

‘Dus..’ begin ik. De collega’s zijn nu op het punt aangekomen dat de adem wordt gestokt, en ik hoop dat ze niet al te blauw zullen aanlopen.

All eyes on me.

‘Jij vindt God een Sukkel?’

Zijn stoere blik wordt overschaduwd door een lichtelijke paniekaanval.

Hij kijkt me aan.

..ja, dat vind ik.’

Ik neem nog een slok van mijn koffie, en voel mijn mondhoeken richting mijn oren trekken.

‘Tsja, in dat geval.. .’ zeg ik terwijl ik een brede grijns niet langer kan onderdrukken 

kan ik niks anders constateren dan dat we vooruitgang boeken.’

Vragend kijkt hij me aan.

‘Één week geleden gaf je aan Zijn bestaan tot in het uiterste te ontkennen, nu een week later erken je Hem niet alleen je hebt er zowaar een mening over gevormd.’

Hij kijkt me aan.

De wangen van mijn collega’s beginnen rood te kleuren. Ze ademen weer.

Hij is stil, en kijkt me met grote, ronde ogen aan, deze wending van het gesprek stond niet in de planning. Stilzwijgend richt hij zijn blik gegeneerd op de grond.

Ik sta op:

‘Iemand nog koffie?’