Archive | Liefde RSS feed for this section

Aan hem

11 Dec

Ik beloof je,

Dat ik de persoon ben met wie je kan praten, over alles. Over het feit dat je een diep verlangen hebt om je ooit aan een potje curling te wagen, bang bent voor die donkere ruimte onder je bed, stiekem droomt van een bestuurbare auto die rijdt op benzine of gewoon de zaken uit de dagelijkse sleur die zelfs ons ooit een keer gaan teisteren. Dat ik mét je praat, in plaats van tégen je en je de gossipverhalen zal besparen, daar heb ik mijn vriendinnen voor.

Dat ik je maximaal één keer per week een pizza in de oven laat gooien en ondanks het feit dat ik van mening ben dat Jamie Oliver nog heel wat van me kan leren, ik mijn kookkunsten zal blijven ontwikkelen, zodat je elke dag op het werk de deur achter je dichttrekt met een grote lach op je gezicht, wetend dat je collega’s stiekem een afhaalmaaltijd in de achterbak gooien, terwijl jij je lievelingsmaaltijd warm op je hebt staan wachten.

Dat ik mijn best zal doen er elke dag weer op mijn best uit te zien. Dat zelfs vijf kinderen me niet van mijn streefgewicht kunnen houden, ik mijn haar niet zal millimeteren en de Vogue zal blijven hanteren als maatstaaf.

Dat ik je zal verzorgen,voor je zal zorgen, wanneer je ziek bent, verdrietig bent, of daar gewoon behoefte aan hebt. Dat ik alert ben voor stress die je op kan breken, en het je aan niets zal ontbreken.

Dat ik mijn zeuren tot een minimum zal beperken, ondanks het feit dat ik mijn chromosomen tegen heb. Dat ik geen olifanten van muggen ga maken en zal zwijgen over het feit dat je de bril omhoog laat staan. Zwaartekracht is niet voor niets uitgevonden en zelfs die vond het niet belangrijk genoeg.

Dat ik er voor je zal zijn, zelfs op de momenten dat we elkaar wel kunnen schieten. Dat die gevoelens tijdelijk geparkeerd worden, zodat je jouw heil bij mij kan zoeken en weet dat je altijd een veilige thuisbasis hebt ongeacht wat er gebeurd. Dat in welke emotie-explosie je ook terecht moge komen, je eerste reflex is om het met mij te delen, wetend dat ik de telefoon opneem. Want dat beloof ik je, voor jou ben ik bereikbaar, 24/7, ongeacht de situatie.

Dat ik je nooit de deur uit zal laten gaan tijdens een onuitgesproken ruzie. Het is het risico niet waard.

Dat ik ons niet laat opslokken door de dagelijkse sleur. Dat elke dag anders is, ondanks het vaste stramien waar we in zitten. Dat ik het zo spontaan mogelijk houd, en middenin de nacht beslissen om naar Parijs rijden nog de minst spannende is. Dat elke dag een nieuw avontuur is, en we later vanuit onze schommelstoelen op de veranda verslag uit kunnen brengen van de meest bizarre verhalen aan al onze 25 kleinkinderen. Het leven is één groot feest, dat we elke dag weer moeten vieren.

Dat we lachen, veel lachen. Dat we in slaap vallen met een lach en opstaan met een lach. Dat we blijven lachen, in welke situatie we ook terecht komen. Ik dank God op mijn blote knieeen dat hij onze paden heeft laten kruizen, en elke lach op mijn gezicht is een afspiegeling van mijn dankbaarheid, waarvan niet alleen Hij, maar ook jij op de hoogte moet zijn.

Dat ik aan jouw kant sta, zelfs wanneer jij in een recalcitrante bui beslist dat we tijdens de wedstrijd Ajax-Feyenoord maar eens de kant van Rotterdam moeten kiezen. Het feit dat ik voetbal haat houd ik uiteraard voor me, zolang ik het met jou kijk, kijk ik het met liefde.

Dat je nooit de wens zal hebben om een tweede, derde of vierde vrouw te nemen. Al heb ik zo’n vermoeden dat mijn dagelijkse groeiende aantal persoonlijkheden wel in staat zijn je de eerst komende 80 jaar zoet te houden.

Dat ik zal vechten, zowel figuurlijk als letterlijk, als de situatie daarom vraagt. Uiteraard niet met jou, -een paar borden die je op jezelf hebt afgeroepen daargelaten-, maar voor jou, voor ons. Wie aan jou komt, komt aan mij. Ondanks het feit dat wij twee personen zijn, zijn we hard op weg daar één geheel van te maken, niet te breken, zoals ik tien jaar geleden zou hebben gezegd.

Dat ik naast je vrouw, op de eerste plaats je beste vriendin ben. Dat ík altijd ik zal blijven, en jou altijd jou zal laten. Dat ik je niet zal proberen te veranderen, want je bent perfect, precies zoals je bent.

Advertisements

‘Ja mevrouw, ik ben nog ongetrouwd.’

17 Apr

‘Dus.. over jou heb ik al zoveel gehoord?’ Ze kijkt me aan, ik bespeur een glimlach door haar betraande gezicht.

Het huis ruikt naar b7our (wierook om geesten te verdrijven), de koran speelt op de achtergrond, en het is stervenswarm. De ruimte is te klein voor het aantal mensen dat er aanwezig is, en ik heb het gevoel te gaan smelten. Ik zit in mijn eentje op een stoel, recht tegenover de frontlinie, die gezamenlijk op de hoekbank zitten, met zijn achten welgeteld.

‘..Oh, zal best kunnen.’ antwoord ik .

‘Hoe oud ben je nu?’

‘Drieëntwintig mevrouw, deze zomer word ik vierentwintig.’

Onderzoekend kijkt ze me aan ‘ahh ja, okee.. okee..’ begrijpend knikt ze haar hoofd. ‘En, je woonde in Amsterdam he?’

Ik voel de bui al hangen, onder het mom ‘niemand anders kan mij brengen en ik móet vanavond langs’, heb ik me laten overhalen om toch mee te gaan, wat haat ik mijn ontzettende naïeve ik op dit moment, lang leve dat roze kaartje in mijn portemonnee.

Ik staar naar de grond, ‘Ja mevrouw, daar woon ik inderdaad.’

‘Alleen?’

‘Ja mevrouw, alleen..’

Van haar gezicht valt op dit moment niet veel af te lezen. Zes andere vrouwen staren me ook aan, één trekt haar hoofddoek goed, een ander vraagt of we nog koffie willen, ja alsjeblieft, koffie, graag, veel koffie, ik heb er alles voor over om dit gesprek te beëindigen.

Nee hoor, zo makkelijk kom ik er niet vanaf, dit is een vrouw met een missie en ze zal niet stoppen voor ze weet of deze gaat slagen.

‘Je moeder is Nederlands he?’ Deze vraag beaam ik met een hoofdknik, ‘ja mevrouw, dat is ze.’

‘Mooie vrouw, ik heb foto’s van haar gezien, krijg je altijd de mooiste kinderen van, halfbloedjes.’

‘Dankuwel mevrouw, ja mijn moeder is heel mooi, en nee, niet alleen omdat het mijn moeder is.’

Ze trekt één mondhoek omhoog.

‘En, is zij opnieuw getrouwd?’

‘Ja mevrouw, al heel lang, wat hij doet? Directeur bij een uitgeverij, ja hele lieve man, ja inderdaad, ja ik hou heel veel van hem,
ja, slimme man ook, absoluut.’

Ik besef dat ze de onbekende X-factor in mijn leven probeert te peilen, je moet uiteraard weten wat je je familie binnenhaalt.

‘En broertjes heb je he, een heleboel.’

‘Ja mevrouw, ik heb één broertje van achttien die volgende maand zijn studie afrond en naar Spanje verhuist, nee nog niet helemaal duidelijk wat hij gaat doen, ach ja ‘t is de leeftijd he, ja onderzoeken enzo. Ja, en één van bijna zestien die waarschijnlijk het leger in wil, maar we hopen stiekem dat dit niet gaat gebeuren, dan nog één die in Luxemburg woont, en mijn broertje van tevens bijna zestien in Tunesië, ja ver uit elkaar allemaal, nee niet altijd even makkelijk nee, ja inderdaad je leert ermee leven.’

Ik voel me met de seconde ongemakkelijker worden.

De mannen en vrouwen zijn van elkaar gescheiden, de ruimtes zijn gescheiden door middel van kralenkettingen, en ik zie een gestalte elke paar minuten proberen een glimp op te vangen van wat er hier binnen gebeurd.

De kinderen, zowel jongens als meisjes rennen van ruimte naar ruimte.

Mijn gevoel zegt me dat deze avond draait, om het vage gestalte dat ik net bespeurde, en het beetje hoop dat ik had, voel ik wegebben. De vage schaduw sprak boekdelen, niks voor mij.

‘En, wat deed je nu precies in het leven?’

‘Ik werk mevrouw, bij een vakbond, ik schrijf enzo.’

Hun leger wordt versterkt met de jongen, iets te lang haar, iets te dikke buik, iets te korte benen, iets te bolle ogen, iets te stomme slippers, iets te lange korte broek, iets té irritante lach.

Al op het eerste gezicht heb ik zin om zijn Blackberry kapot te gooien, gewoon, om daarom.
Terwijl ik naar het ding kijk en me dit bedenk, laat hij hem uit zijn handen vallen. Oeps. Kapot.

Hij trekt een beteuterd gezicht, ik glimlach.

De hele kamer kijkt me verwachtingsvol aan.

Ik staar naar mijn glas cola.

De oma vraagt of ik iets in het Nederlands wil zeggen, ze kunnen zich veel talen voorstellen, maar Nederlands hebben ze geen idee van. Ik vraag wat ze willen horen, ‘brood ofzo’.  Na dit vertaald te hebben, vragen ze of ik misschien een hele zin kan zeggen, tuurlijk kan ik dat. ‘Dat ze erin kunnen stikken met dat hangbuikzwijn van ze.’

Iedereen moet lachen, klinkt grappig dat Nederlands. Ik lach mee, heel grappig ja.

Moeder vervolgt ‘En, je bent nog ongetrouwd?’

‘Ja mevrouw, ik ben nog ongetrouwd.’

Er verschijnt een sprankeltje hoop in haar ogen. ‘Ahh, okee, zonde, zo’n mooi meisje als jij nog ongetrouwd.’

Ik bedank haar.

‘Staat het al op de planning?’

‘Ach ja, wie ben ik om te plannen he, dit soort dingen plan je niet, het overkomt je.’

Spontaan voel ik mijn eigen ik weer terugkomen.

‘Nou mevrouw, om eerlijk te zijn, hoop ik dat ik ooit mijn grote liefde tegenkom, zij het nu, dan wordt het nu, zij het over tien jaar, dan wordt het over tien jaar. Maar tot op de seconde van dit moment, is me dat nog niet overkomen en daarnaast hecht ik grote waarde aan het zelf ontdekken van mijn aanstaande.’

Haar zoon kijkt me aan. Ik trek een verongelijkt smoelwerk, en één provocerende wenkbrauw omhoog. Gelukkig ontgaat dit ons gezelschap, maar hij weet genoeg.

Hij pakt zijn kapotte BlackBerry en verlaat de ruimte, de boodschap was duidelijk.

‘Mooie ogen heb je’, probeert zijn zus nog. Ik bedank haar vriendelijk.

Mijn tante kijkt de vrouw aan en haalt haar schouders op, ik verzoek haar vriendelijk of we zo kunnen gaan,
onder het mom ‘ik moet het hele stuk nog terugrijden en ik ben moe.’

Mijn tante begrijpt de hint. We gaan.

Seasons change, people don’t.

31 Mar

Het is zoals het ooit was, maar allang niet meer is geweest.

Hij kijkt me aan, ik kijk terug, het voelt vertrouwd.

Jaren zijn voorbij gegaan, dingen zijn gebeurd en hier zitten we dan.

De angst slaat me om het hart bij de gedachten dat één van mijn dierbaren

ooit te horen krijgt dat we hier samen zitten, nu, na alles wat er is gebeurd.

Ik wil niets liever dan het verleden achter ons laten, en de toekomst instappen, met zijn tweeën.

Vergeven wat me is aangedaan, beseffende dat we alleen maar mensen zijn,

en fouten maken menselijk is.

De uitspraak ‘Seasons change, people dont’ blijft mijn onderbewustzijn

sluimerend teisteren, mijn bewustzijn verdrukt hem tegen beter weten in.

Hij is de enige van wie ik ooit oprecht gehouden heb, met alle gevolgen van dien.

Plotseling zwart voor mijn ogen  word ik overvallen door een flashback.

Wij. Hij en ik. Samen. Alleen. De golven van de zee op de achtergrond. Een opkomend gevoel van paniek.

Een harde schreeuw. Een onverwachte beweging.  Het geluid van splijtend bot. Gillende omstandigers. De huid verwarmd door het stromende warme bloed. Het moment dat de  smaak mijn mond bereikt, verlaat het bewustzijn mijn lichaam.

Het grind dat kleeft aan mijn wang wanneer ik  weer bij ben. De sirene van de naderende ambulance. Hij verdwijnend in het holst van de nacht.

Ik ben weer terug op deze wereld, en besef, dit heeft nooit moeten zijn.