‘Ja mevrouw, ik ben nog ongetrouwd.’

17 Apr

‘Dus.. over jou heb ik al zoveel gehoord?’ Ze kijkt me aan, ik bespeur een glimlach door haar betraande gezicht.

Het huis ruikt naar b7our (wierook om geesten te verdrijven), de koran speelt op de achtergrond, en het is stervenswarm. De ruimte is te klein voor het aantal mensen dat er aanwezig is, en ik heb het gevoel te gaan smelten. Ik zit in mijn eentje op een stoel, recht tegenover de frontlinie, die gezamenlijk op de hoekbank zitten, met zijn achten welgeteld.

‘..Oh, zal best kunnen.’ antwoord ik .

‘Hoe oud ben je nu?’

‘Drieëntwintig mevrouw, deze zomer word ik vierentwintig.’

Onderzoekend kijkt ze me aan ‘ahh ja, okee.. okee..’ begrijpend knikt ze haar hoofd. ‘En, je woonde in Amsterdam he?’

Ik voel de bui al hangen, onder het mom ‘niemand anders kan mij brengen en ik móet vanavond langs’, heb ik me laten overhalen om toch mee te gaan, wat haat ik mijn ontzettende naïeve ik op dit moment, lang leve dat roze kaartje in mijn portemonnee.

Ik staar naar de grond, ‘Ja mevrouw, daar woon ik inderdaad.’

‘Alleen?’

‘Ja mevrouw, alleen..’

Van haar gezicht valt op dit moment niet veel af te lezen. Zes andere vrouwen staren me ook aan, één trekt haar hoofddoek goed, een ander vraagt of we nog koffie willen, ja alsjeblieft, koffie, graag, veel koffie, ik heb er alles voor over om dit gesprek te beëindigen.

Nee hoor, zo makkelijk kom ik er niet vanaf, dit is een vrouw met een missie en ze zal niet stoppen voor ze weet of deze gaat slagen.

‘Je moeder is Nederlands he?’ Deze vraag beaam ik met een hoofdknik, ‘ja mevrouw, dat is ze.’

‘Mooie vrouw, ik heb foto’s van haar gezien, krijg je altijd de mooiste kinderen van, halfbloedjes.’

‘Dankuwel mevrouw, ja mijn moeder is heel mooi, en nee, niet alleen omdat het mijn moeder is.’

Ze trekt één mondhoek omhoog.

‘En, is zij opnieuw getrouwd?’

‘Ja mevrouw, al heel lang, wat hij doet? Directeur bij een uitgeverij, ja hele lieve man, ja inderdaad, ja ik hou heel veel van hem,
ja, slimme man ook, absoluut.’

Ik besef dat ze de onbekende X-factor in mijn leven probeert te peilen, je moet uiteraard weten wat je je familie binnenhaalt.

‘En broertjes heb je he, een heleboel.’

‘Ja mevrouw, ik heb één broertje van achttien die volgende maand zijn studie afrond en naar Spanje verhuist, nee nog niet helemaal duidelijk wat hij gaat doen, ach ja ‘t is de leeftijd he, ja onderzoeken enzo. Ja, en één van bijna zestien die waarschijnlijk het leger in wil, maar we hopen stiekem dat dit niet gaat gebeuren, dan nog één die in Luxemburg woont, en mijn broertje van tevens bijna zestien in Tunesië, ja ver uit elkaar allemaal, nee niet altijd even makkelijk nee, ja inderdaad je leert ermee leven.’

Ik voel me met de seconde ongemakkelijker worden.

De mannen en vrouwen zijn van elkaar gescheiden, de ruimtes zijn gescheiden door middel van kralenkettingen, en ik zie een gestalte elke paar minuten proberen een glimp op te vangen van wat er hier binnen gebeurd.

De kinderen, zowel jongens als meisjes rennen van ruimte naar ruimte.

Mijn gevoel zegt me dat deze avond draait, om het vage gestalte dat ik net bespeurde, en het beetje hoop dat ik had, voel ik wegebben. De vage schaduw sprak boekdelen, niks voor mij.

‘En, wat deed je nu precies in het leven?’

‘Ik werk mevrouw, bij een vakbond, ik schrijf enzo.’

Hun leger wordt versterkt met de jongen, iets te lang haar, iets te dikke buik, iets te korte benen, iets te bolle ogen, iets te stomme slippers, iets te lange korte broek, iets té irritante lach.

Al op het eerste gezicht heb ik zin om zijn Blackberry kapot te gooien, gewoon, om daarom.
Terwijl ik naar het ding kijk en me dit bedenk, laat hij hem uit zijn handen vallen. Oeps. Kapot.

Hij trekt een beteuterd gezicht, ik glimlach.

De hele kamer kijkt me verwachtingsvol aan.

Ik staar naar mijn glas cola.

De oma vraagt of ik iets in het Nederlands wil zeggen, ze kunnen zich veel talen voorstellen, maar Nederlands hebben ze geen idee van. Ik vraag wat ze willen horen, ‘brood ofzo’.  Na dit vertaald te hebben, vragen ze of ik misschien een hele zin kan zeggen, tuurlijk kan ik dat. ‘Dat ze erin kunnen stikken met dat hangbuikzwijn van ze.’

Iedereen moet lachen, klinkt grappig dat Nederlands. Ik lach mee, heel grappig ja.

Moeder vervolgt ‘En, je bent nog ongetrouwd?’

‘Ja mevrouw, ik ben nog ongetrouwd.’

Er verschijnt een sprankeltje hoop in haar ogen. ‘Ahh, okee, zonde, zo’n mooi meisje als jij nog ongetrouwd.’

Ik bedank haar.

‘Staat het al op de planning?’

‘Ach ja, wie ben ik om te plannen he, dit soort dingen plan je niet, het overkomt je.’

Spontaan voel ik mijn eigen ik weer terugkomen.

‘Nou mevrouw, om eerlijk te zijn, hoop ik dat ik ooit mijn grote liefde tegenkom, zij het nu, dan wordt het nu, zij het over tien jaar, dan wordt het over tien jaar. Maar tot op de seconde van dit moment, is me dat nog niet overkomen en daarnaast hecht ik grote waarde aan het zelf ontdekken van mijn aanstaande.’

Haar zoon kijkt me aan. Ik trek een verongelijkt smoelwerk, en één provocerende wenkbrauw omhoog. Gelukkig ontgaat dit ons gezelschap, maar hij weet genoeg.

Hij pakt zijn kapotte BlackBerry en verlaat de ruimte, de boodschap was duidelijk.

‘Mooie ogen heb je’, probeert zijn zus nog. Ik bedank haar vriendelijk.

Mijn tante kijkt de vrouw aan en haalt haar schouders op, ik verzoek haar vriendelijk of we zo kunnen gaan,
onder het mom ‘ik moet het hele stuk nog terugrijden en ik ben moe.’

Mijn tante begrijpt de hint. We gaan.

Seasons change, people don’t.

31 Mar

Het is zoals het ooit was, maar allang niet meer is geweest.

Hij kijkt me aan, ik kijk terug, het voelt vertrouwd.

Jaren zijn voorbij gegaan, dingen zijn gebeurd en hier zitten we dan.

De angst slaat me om het hart bij de gedachten dat één van mijn dierbaren

ooit te horen krijgt dat we hier samen zitten, nu, na alles wat er is gebeurd.

Ik wil niets liever dan het verleden achter ons laten, en de toekomst instappen, met zijn tweeën.

Vergeven wat me is aangedaan, beseffende dat we alleen maar mensen zijn,

en fouten maken menselijk is.

De uitspraak ‘Seasons change, people dont’ blijft mijn onderbewustzijn

sluimerend teisteren, mijn bewustzijn verdrukt hem tegen beter weten in.

Hij is de enige van wie ik ooit oprecht gehouden heb, met alle gevolgen van dien.

Plotseling zwart voor mijn ogen  word ik overvallen door een flashback.

Wij. Hij en ik. Samen. Alleen. De golven van de zee op de achtergrond. Een opkomend gevoel van paniek.

Een harde schreeuw. Een onverwachte beweging.  Het geluid van splijtend bot. Gillende omstandigers. De huid verwarmd door het stromende warme bloed. Het moment dat de  smaak mijn mond bereikt, verlaat het bewustzijn mijn lichaam.

Het grind dat kleeft aan mijn wang wanneer ik  weer bij ben. De sirene van de naderende ambulance. Hij verdwijnend in het holst van de nacht.

Ik ben weer terug op deze wereld, en besef, dit heeft nooit moeten zijn.

‘Ik vind God maar een sukkel’

29 Mar

‘Ik vind God maar een sukkel’ schalt het door de ruimte.

Er valt een ongemakkelijke stilte. Ik hoor dat het typen per direct gestaakt wordt, de plastic koffie bekers worden neergezet. Ik voel hun ogen in mijn rug prikken. Heimelijk hebben ze de discussie gevolgd, hun blikken star op hun scherm gericht, er alles voor over hebbend om maar niet actief bij deze gewaagde discussie betrokken te worden. Tot nu. Het hoge woord is eruit. De climax viel onverwacht. Nog steeds voel ik de blikken in mijn rug priemen. Telepathisch vang ik hun gedachten op,  ik hoor alle scenario’s de revue passeren: Hoe zal ze hierop reageren, wat gaat ze doen? Zal ze hem modern stenigen met het aanwezige elektronische apparatuur of wordt hem onder een luid ‘Allahu Akbar’ gekir ritueel de nek omgedraait?

Ik zit met mijn rug naar hem toe, koffie in één hand, typend met de ander.  Ik ben de enige op de vloer die nog steeds compleet gefocust is op waar ik mee bezig hoor te zijn: mijn werk. De reeds vijftien minuten durende discussie die we voerden, deed ik op automatische piloot. Negentig procent van mijn aandacht lag bij het schrijven van mijn rapport, vijf procent bij het weekend, drie procent bij overige zaken en een luttele twee procent bij deze discussie. Ik draai me om, en zie nog steeds de angstvallige blikken op mij gericht, proberend elke uitdrukking op mijn gezicht te lezen en elke gelaatstrek  te interpreteren, het mag niet baten. Ik zie dat ze niet veel wijzer worden.

Ik neem nog een slok  koffie en richt mijn blik op mijn collega.

Terwijl ik naar hem kijk, bedenk ik me dat hij mijn favoriete collega op deze afdeling is. Ik besef me dat mijn liefde voor deze man met de dag groeit, platonisch welteverstaan. Een rebel pur sang, geboren om tegen heilige huisjes te schoppen, met maar één doel in het leven, tegen álles ingaan. Een grote mond, een klein hartje. Zo gek als een deur, en tegelijkertijd altijd daar wanneer je hem nodig hebt. Onze gesprekken gaan altijd of érgens over, of nérgens over. De gulden middenweg kennen we niet. De collega die haarfijn aanvoelt of ik een goede, of  een mindere dag heb, en met beide scenario’s haarfijn weet om te gaan. De collega die ongevraagd hulp biedt, die niet stopt met zoeken, totdat hij heeft gevonden waar ik naar op zoek was, en dat beperkt zich niet tot de vaste werktijden. Ik kijk naar hem. Hij wordt met de seconde ongemakkelijker, proberend te peilen wat er op dit moment in mijn hoofd omgaat.

Ik kijk naar hem. Een collega kucht ongeduldig aan de andere kant van de ruimte.

‘Dus..’ begin ik. De collega’s zijn nu op het punt aangekomen dat de adem wordt gestokt, en ik hoop dat ze niet al te blauw zullen aanlopen.

All eyes on me.

‘Jij vindt God een Sukkel?’

Zijn stoere blik wordt overschaduwd door een lichtelijke paniekaanval.

Hij kijkt me aan.

..ja, dat vind ik.’

Ik neem nog een slok van mijn koffie, en voel mijn mondhoeken richting mijn oren trekken.

‘Tsja, in dat geval.. .’ zeg ik terwijl ik een brede grijns niet langer kan onderdrukken 

kan ik niks anders constateren dan dat we vooruitgang boeken.’

Vragend kijkt hij me aan.

‘Één week geleden gaf je aan Zijn bestaan tot in het uiterste te ontkennen, nu een week later erken je Hem niet alleen je hebt er zowaar een mening over gevormd.’

Hij kijkt me aan.

De wangen van mijn collega’s beginnen rood te kleuren. Ze ademen weer.

Hij is stil, en kijkt me met grote, ronde ogen aan, deze wending van het gesprek stond niet in de planning. Stilzwijgend richt hij zijn blik gegeneerd op de grond.

Ik sta op:

‘Iemand nog koffie?’

Gallery

Tulpen uit Amsterdam

12 Mar

Op het Centraal station in Amsterdam is het elke (werk)dag een ware aanval van plaatselijke krantenbezorgers, die als leeuwen op hun prooi duiken, de prooi in dit geval de passagiers in de bomvolle bussen tijdens de ochtendspits.
De afweging is altijd welke krant het gaat worden, normaliter ga ik voor de Spits, omdat deze naar mijn mening de enige is waar nog op redelijk niveau geschreven wordt (deze mening is inmiddels bijgesteld, maar daarover later meer) maar besloot vandaag eens voor beide kranten te gaan. Na een take-away koffie gehaald te hebben (geeft me zo’n werelds gevoel) nam ik plaats in de trein om vervolgens mijn beide veroveringen door te spitten.

Na de Metro binnen vijf minuten doorgelezen te hebben, en vastbesloten deze voorgoed terzijde te laten liggen, kwam ik aan bij de Spits. De eerste pagina’s kwamen overeen met wat ik net in de Metro had gelezen, totdat de column van Rita Verdonk mijn aandacht trok, de titel: ‘Straatcoaches gezocht.’
Twee dagen geleden heeft de SP een debat aangevraagd over het inzetten van straatcoaches. Een aantal coaches gaven aan zich te vervelen en er deden verhalen de ronde dat een paar straatcoaches eerder overlast veroorzaakten dan het aan te pakken. Volgens de SP werkt de aanwezigheid van straatcoaches in een aantal wijken wel degelijk goed, maar is het niet overal even effectief. Zowel de SP als de VVD heeft aangegeven dat er een onderzoek naar moet komen voor officiële cijfers.
Nou zou Rita, Rita niet zijn, als zij hierover geen uitgesproken mening zou hebben.

“Als de lente komt dan stuur ik jou tulpen uit Amsterdam.” Een liedje dat iedereen kent. Je krijgt er een lentehumeur van. Vrolijk, positief…
Een sfeertje dat mensen allang niet meer ervaren in onze hoofdstad. Het is er immers steeds onveiliger geworden, vooral Marokkaans tuig heeft het voor het zeggen op straat. Ze schelden, bedreigen, mishandelen en plegen overvallen. En natuurlijk nooit alleen, maar altijd in een groep. Al jaren is dit aan de gang, er moest een oplossing voor komen.”

In een land, waar de nadruk wordt gelegd op het feit dat we ‘allemaal Nederlanders’ zijn, ze het liefst zien dat wij afstand doen van onze andere nationaliteiten, ze claimen dat de multiculturele samenleving is mislukt omdat wij ons nog teveel associëren met onze etnische achtergrond, de politiek claimt dat allochtonen en met name Marokkanen jongeren zich distantiëren van de Nederlandse cultuur, is het niet heel bevorderlijk deze groep constant weg te zetten als ‘Marokkaanse jongeren’.
Daarnaast, moet expliciet vermeld worden dat straatcoaches ook een groot aandeel hebben in bijvoorbeeld Amsterdam Zuid Oost, een buurt waar geen Marokkaan te bekennen is, en uitsluitend gedomineerd wordt door West-Afrikanen, Surinamers en Antilianen.

Na het lezen van deze column begon mijn bloed te borrelen, heb ik mijn arme Twittervolgers op de vroege ochtend overladen met gefrustreerde en verontwaardigde tweets, en mijn FaceBook vrienden eveneens met dit probleem opgezadelt.
Eindelijk op kantoor aangekomen, besloot ik dit fenomeen verder te onderzoeken. Nu zes uur later, en aardig wat kennis rijker bij deze aan mij om mijn bevindingen met jullie te delen, lees en huiver.

Stelling 1: ‘Om die schone taak te kunnen uitvoeren moet je het diploma Beveiliger hebben. Of je moet bereid zijn aan die opleiding te beginnen. Ja, inderdaad, je kunt dus met alleen de basisschool (en een brommer) straatcoach worden in Amsterdam.’

De expliciete vereiste voor de sollicitant is dat de straatcoaches in spé wel degelijk een afgeronde MBO diploma beveiliging moeten hebben, of bereid moeten zijn deze te gaan halen. Just so you know, het systeem in Nederland is: Basisschool, middelbare school, MBO. Waar Verdonk blijft hangen, gaat de werkelijkheid nog acht jaar verder. De brommer moet vervangen worden met een mountainbike, dit is hun bewegingsmiddel tijdens werktijd.

Stelling 2: ‘Helaas staat deze vacature niet open voor autochtone Nederlanders, er is namelijk een aanvullende eis: je moet goed Arabisch kunnen spreken.’

Ook meldt Verdonk dat deze vacature puur en alleen beschikbaar zou zijn voor allochtone sollicitanten, waar in werkelijkheid dit nergens wordt aangegeven. Wel is van belang, dat de straatcoaches aansluiten op de doelgroep van de wijk waar ze ingezet zullen worden. In Nieuw West zullen dat voornamelijk straatcoaches van Arabische/Marokkaanse afkomst zijn, waar het in de Bijlmer voornamelijk coaches van Surinaamse kom-af betreft. Daarnaast heb ikzelf meer dan genoeg Nederlandse straatcoaches zien patrouilleren.

Stelling 3: ‘En dat voor een salaris van 1800 euro per maand. (Totale kosten: 6,8 miljoen.) Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen.’

De nadruk wordt gelegd op het salaris van €1800 bruto op fulltime basis, een salaris dat conform de beveiliging CAO is vastgesteld en met alle respect, bepaald geen vetpot is. Niet stilgestaan wordt bij het feit dat zij onregelmatige werktijden hebben (tevens ’s nachts werkzaam zijn), buiten werken en de nodige risico’s lopen.

Veel positieve verhalen zijn er ook te vinden wanneer je het internet afstruint, en deze kan ik bevestigen.
Na jaren in Amsterdam Oost gewoond te hebben, en de start van dit project te hebben meegemaakt, kan ik met alle oprechtheid vermelden dat de straatcoaches daar de boel goed in het gareel hebben gekregen, en ik er sindsdien met een gerust hart ’s avonds over straat kon (kon, omdat ik ben verhuisd, niet omdat de situatie is veranderd). Als we kijken naar de etnische achtergrond van de ‘belagers’ kan ik constateren dat het inderdaad Marokaans ‘tuig’ betrof ..en Surinaams ‘tuig’ .. en Nederlands ‘tuig’ .. en Hindoestaans ‘tuig’ ..en Turks ‘tuig’. De enige overeenkomst die zij hadden was het feit dat ze stuk voor stuk jong en vervelend waren. Etniciteit en religie waren totaal geen raakvlakken.

Betreft de staatcoaches, ik wil niet iedereen heilig verklaren, al helemaal niet omdat bepaalde signalen uit hun eigen monden zijn gekomen, maar ik wil wel de nadruk leggen dat er een grote groep is, die zijn werk wel daadwerkelijk serieus neemt, toegewijd is, de samenleving wil veranderen, en dat bij zichzelf wil laten beginnen.

Rita Verdonk is een ‘politicus’ (of wat er nog van over is) die compleet uit beeld is verdwenen omdat zij niet serieus genomen werd. Mij rest nu de vraag: waarom neemt Spits nieuws haar nog wel serieus? Waarom doen zij mee aan dit soort taferelen, waarom provoceren zij? En dat terzijde, waarom gaan zij niet eerst de feiten na vooraf ze zoiets publiceren? Een column is bedoelt als vrijheid van meningsuiting, niet als opsomming van feiten die berusten op onwaarheden.

Betreft de feiten gaat de Spits nog wel vaker de mist in:

Zoals Prem in zijn column tevens in de Spits op nationale vrouwen dag aangaf:

‘Mannen zijn honderdduizenden jaren bezig vrouwen te onderdrukken, zelfs via religie. Zowel de Thora, de Bijbel als de Koran geven Eva de schuld van de verdrijving uit het paradijs. De rol van de vrouw in deze boeken helpt mee aan de hersenspoeling dat het ultieme doel van de vrouw het moederschap is met fulltime gezinsverzorging.’

Laat nou net de Quran het enige heilige boek zijn, dat nérgens vermeld wie de ‘schuldige’ was, maar beide even aansprakelijk stelden, dit even terzijde.

Vorige week, in de trein en onderweg naar werk, had ik een gesprek met een Joodse man. Zijn woorden: ‘Jullie (moslims) worden in kwaad daglicht gezet, en blijven stil. Wanneer jullie stil blijven, zal het tegendeel nooit bewezen worden, en krijgen mensen als Wilders de kans om de publieke opinie compleet naar hun eigen hand te zetten. Wij (Joden) zijn altijd in opstand gekomen tegen negatieve publiciteit, hoe groot of klein het ook is, of we verschil kunnen maken of niet, we laten onze stem horen, en het is tijd dat jullie dat ook gaan doen.’

Hij had meer dan gelijk, en bij deze heb ik besloten dit te gaan doen.

Alle credit voor de titel gaat naar: Said Vanenburg