Aan hem

11 Dec

Ik beloof je,

Dat ik de persoon ben met wie je kan praten, over alles. Over het feit dat je een diep verlangen hebt om je ooit aan een potje curling te wagen, bang bent voor die donkere ruimte onder je bed, stiekem droomt van een bestuurbare auto die rijdt op benzine of gewoon de zaken uit de dagelijkse sleur die zelfs ons ooit een keer gaan teisteren. Dat ik mét je praat, in plaats van tégen je en je de gossipverhalen zal besparen, daar heb ik mijn vriendinnen voor.

Dat ik je maximaal één keer per week een pizza in de oven laat gooien en ondanks het feit dat ik van mening ben dat Jamie Oliver nog heel wat van me kan leren, ik mijn kookkunsten zal blijven ontwikkelen, zodat je elke dag op het werk de deur achter je dichttrekt met een grote lach op je gezicht, wetend dat je collega’s stiekem een afhaalmaaltijd in de achterbak gooien, terwijl jij je lievelingsmaaltijd warm op je hebt staan wachten.

Dat ik mijn best zal doen er elke dag weer op mijn best uit te zien. Dat zelfs vijf kinderen me niet van mijn streefgewicht kunnen houden, ik mijn haar niet zal millimeteren en de Vogue zal blijven hanteren als maatstaaf.

Dat ik je zal verzorgen,voor je zal zorgen, wanneer je ziek bent, verdrietig bent, of daar gewoon behoefte aan hebt. Dat ik alert ben voor stress die je op kan breken, en het je aan niets zal ontbreken.

Dat ik mijn zeuren tot een minimum zal beperken, ondanks het feit dat ik mijn chromosomen tegen heb. Dat ik geen olifanten van muggen ga maken en zal zwijgen over het feit dat je de bril omhoog laat staan. Zwaartekracht is niet voor niets uitgevonden en zelfs die vond het niet belangrijk genoeg.

Dat ik er voor je zal zijn, zelfs op de momenten dat we elkaar wel kunnen schieten. Dat die gevoelens tijdelijk geparkeerd worden, zodat je jouw heil bij mij kan zoeken en weet dat je altijd een veilige thuisbasis hebt ongeacht wat er gebeurd. Dat in welke emotie-explosie je ook terecht moge komen, je eerste reflex is om het met mij te delen, wetend dat ik de telefoon opneem. Want dat beloof ik je, voor jou ben ik bereikbaar, 24/7, ongeacht de situatie.

Dat ik je nooit de deur uit zal laten gaan tijdens een onuitgesproken ruzie. Het is het risico niet waard.

Dat ik ons niet laat opslokken door de dagelijkse sleur. Dat elke dag anders is, ondanks het vaste stramien waar we in zitten. Dat ik het zo spontaan mogelijk houd, en middenin de nacht beslissen om naar Parijs rijden nog de minst spannende is. Dat elke dag een nieuw avontuur is, en we later vanuit onze schommelstoelen op de veranda verslag uit kunnen brengen van de meest bizarre verhalen aan al onze 25 kleinkinderen. Het leven is één groot feest, dat we elke dag weer moeten vieren.

Dat we lachen, veel lachen. Dat we in slaap vallen met een lach en opstaan met een lach. Dat we blijven lachen, in welke situatie we ook terecht komen. Ik dank God op mijn blote knieeen dat hij onze paden heeft laten kruizen, en elke lach op mijn gezicht is een afspiegeling van mijn dankbaarheid, waarvan niet alleen Hij, maar ook jij op de hoogte moet zijn.

Dat ik aan jouw kant sta, zelfs wanneer jij in een recalcitrante bui beslist dat we tijdens de wedstrijd Ajax-Feyenoord maar eens de kant van Rotterdam moeten kiezen. Het feit dat ik voetbal haat houd ik uiteraard voor me, zolang ik het met jou kijk, kijk ik het met liefde.

Dat je nooit de wens zal hebben om een tweede, derde of vierde vrouw te nemen. Al heb ik zo’n vermoeden dat mijn dagelijkse groeiende aantal persoonlijkheden wel in staat zijn je de eerst komende 80 jaar zoet te houden.

Dat ik zal vechten, zowel figuurlijk als letterlijk, als de situatie daarom vraagt. Uiteraard niet met jou, -een paar borden die je op jezelf hebt afgeroepen daargelaten-, maar voor jou, voor ons. Wie aan jou komt, komt aan mij. Ondanks het feit dat wij twee personen zijn, zijn we hard op weg daar één geheel van te maken, niet te breken, zoals ik tien jaar geleden zou hebben gezegd.

Dat ik naast je vrouw, op de eerste plaats je beste vriendin ben. Dat ík altijd ik zal blijven, en jou altijd jou zal laten. Dat ik je niet zal proberen te veranderen, want je bent perfect, precies zoals je bent.

Advertisements

Échte Nederlanders.

28 Jun

Amsterdam Noord, 27 juni 2011.

Het is vroeg, heel vroeg. Het is warm, heel warm. Op tijd het huis uit, rennend voor de bus, die we net op het nippertje missen, fijn. Ik neem plaats op het bankje in de bushalte, en een oud Nederlands echtpaar komt langzaam aanlopen. Ze kijken me aan, en wensen me een goedemorgen met een warme glimlach, ik glimlach terug. ‘Heerlijk weer hè meisje’ zegt de oude vrouw met een Amsterdams accent. Ik lach en beaam, ‘inderdaad mevrouw, wat een genot, het werd tijd.’

Het oude echtpaar staart voor zich uit, ik staar naar hen. Er komen twee Marokkaanse meisjes aanlopen, later een Surinaamse jongen en net voordat de bus komt nog een Chinese vrouw. Ik kijk naar het oude echtpaar, ze zijn minimaal tachtig jaar oud. Ik vraag me af hoe zij dit alles ervaren, zestig jaar geleden zullen ze op ongeveer dezelfde plek, rond dezelfde tijd de bus hebben gepakt, en verschilde het straatbeeld heel wat van het hedendaagse.

Hoe zullen zij deze snelle verandering ervaren hebben, voelen zij zich nog wel thuis in hun eigen buurt? De plek waar ze ooit iedereen kenden is nu veranderd in een compleet nieuwe wereld. Enerzijds wegens de immigratie, anderszijds wegens de complete omslag van de hele Nederlandse bevolking. Het is individualistisch, ons kent ons niet meer, het is een ieder voor zichzelf.

Als ik vandaag de toespraak lees van Maxime Verhagen, begrijp ik waar hij op doelt, dat de Nederlander zijn land niet meer kent en het aan flinke veranderingen onderhevig is.

Als ik dat lees, zie ik deze oude mensen voor me, voor wie de wereld in een korte tijd onbegrijpbaar en ongrijpbaar is geworden. Dít zijn de échte Nederlanders, waar er binnenkort nog maar weinig van zullen zijn. Dat mensen als deze het moeilijk hebben met de veranderingen kan ik inkomen en valt weinig te verwijten.

Iedereen die na 1960 geboren is, is meegegroeid in deze maatschappij. Zijn opgegroeid in een straat met een Marokkaanse buurman, zijn opgegroeid met het afhalen van chinees, kennen ‘het Nederland’ dat ze zo graag terug willen zien niet eens, behalve uit de boeken en van tv.  Tevens is dit de groep die het hardst lopen te schreeuwen. Waarom, al sla je me dood, waarschijnlijk om hun ongenoegen maar op iemand te kunnen projecteren en de schuld buiten zichzelf neer te kunnen leggen, lekker veilig. Voor het eerst sinds jaren gaat het economisch gezien relatief slecht met het land, worden mensen onzeker en moet er een zondebok gekozen worden, niet beseffende dat de hier geboren buren net zo Nederlands zijn als zij, alleen met een ander kleurtje.

De oude mensen in mijn buurt lachen altijd lief naar me, wensen me een goede morgen, groeten een ieder die ze tegenkomen, zijn openhartig, warm en maken met iedereen een praatje. Het maakt ze niet uit wat je bent, hoe je eruit ziet, wat je doet of waar je in gelooft, daar hebben ze teveel voor meegemaakt. De wereldoorlog heeft ze voorgoed getekend, en ze weten wat échte problemen zijn. Ze kijken naar wat van binnen zit, en benaderen je als persoon in plaats van een stereotype van een vooroordeel.

Dít lieve mensen, zijn de échte Nederlanders, een uitstervend ras, laten we er nog wat van leren voor het te laat is.

Een staaltje Saudische hypocrisie.

10 Jun

Twee-duizend-en-elf. Het jaar voor twee-duizend-en-twaalf.

Het laatste jaar voordat de wereld vergaat, tevens het jaar waarin de aardse bevolking unaniem overeenkomt dat het mooi is geweest. Mohammed Bouazizi was het eerste schaap die de dam over ging, na hem volgden er meer. Veel meer. Enige successen behaald, de één iets succesvoller en doeltreffender dan de ander. De één iets sneller dan de ander, maar they keep on fighting or die trying. Na alle oproer in de (voornamelijk) arabische wereld, is het nu de beurt aan de vrouwen om hun stem te laten horen, enfin!

De vrouwen in Saudie Arabië hebben hun kiesrecht afgedwongen. Tot op heden hadden zij geen recht om te stemmen of zichzelf verkiesbaar te stellen. Nadat een aantal geleerden zich over dit aspect gebogen hebben, kwamen zij tot de conclusie dat het niet in de strijd is met de sharia, het verbieden ervan daarentegen wél. Oeps, foutje. Een ‘beter laat dan nooit’ en ‘get your facts right suckers’ is het enige wat er in mij opkwam.  Eind dit jaar zouden vrouwen eindelijk mee mogen doen met de verkiezingen, een belofte die ook in 2005 gemaakt is, maar op het laatste moment is ingetrokken. Het land zou ‘nog niet klaar zijn’ voor vrouwelijke kiezers.

Manal al-Sharif, een Saudische vrouw heeft via social media alle vrouwelijke landgenoten opgeroepen om 17 juni massaal achter het stuur te kruipen en een wet af te dwingen die de gelijkheid van mannen en vrouwen handhaaft en die er tevens voor zou moeten zorgen dat ook vrouwen mogen autorijden. Helaas is zij zelf enkele dagen geleden opgepakt en zal ze erop moeten vertrouwen dat de rest van de vrouwen net zo sterk zijn als zij en haar plannen voortgezet worden. Wat veel mensen niet weten, is dat er geen geschreven wet is die vrouwen verbiedt te rijden, de mannelijke machthebbers accepteren het gewoonweg niet. Des te meer besef ik me dat het niet de islam is die vrouwen dingen ontzegd en onderdrukt, de mannen kunnen er daarentegen wel heel wat van. Laat daarmee ook gelijk duidelijk zijn dat Saudie Arabië het enige (islamitische) land ter wereld is, die vrouwen verbiedt achter het stuur te kruipen.

Nadat de president van Tunesië, Zine el Abeddine Ben Ali werd verdreven uit zijn land werd hem de toegang ontzegd in Malta waarna hij zijn privéjet weer instapte om door te gaan naar Frankrijk. Meneer Sarkozy zag ook niet veel in het behuizen van een oorlogsmisdadiger en weigerde hem ook. Vervolgens vloog hij door naar Dubai, maar nadat de wielen van het vliegtuig de Dubiaanse grond raakten, mocht hij alweer vertrekken. Eindbestemming? Uiteraard, het land van de tegenstrijdigheden: Saudi Arabië. De president van Yemen die na 3 maanden goed is voor zo’n 300 doden, is tevens gevlucht. Conclusie: oorlogsmisdadigers (lees: moordenaars, massa-afslachters, Jack the Rippers in’t kwadraat) worden gastvrij opgenomen op heilige bodem, máár, vrouwen die rijden zou in strijd zijn met de islam. Right..

Het land met de koning die bekend staat hypocrisie hoog in het vaandel te hebben staan, heeft zijn reputatie wederom eer aan gedaan. Het niet laten rijden van (islamitische) vrouwen heeft niets met religie te maken, het is puur machtsmisbruik door in dit geval, islamitische mannen. Overigens zijn er heel wat mannen die blij zouden zijn als hun vrouwen zouden mogen rijden, dat scheelt flink in de maandelijkse kosten.

Conclusie: Free our Saoudian women!

Kanker hoofddoek.

23 Apr

Laat me bij voorbaat melden dat dit een blog wordt met nul komma nul samenhang, de woordkeuze reteslecht is, het beladen is vol emotie, het waarschijnlijk boordevol spelfouten staat, en ook de opbouw ver te zoeken is desondanks wil ik het toch even kwijt.

Drie maanden geleden vond iemand het nodig mij in een overvolle Albert Heijn uit te schelden voor kanker hoofddoek. Soit. Wilde in de eerste instantie reageren dat ik inderdaad kanker had en hem daarom wegens haaruitval droeg, gewoon, nieuwsgierig naar de reactie. Toch besloten het te laten ben ik verder gegaan met boodschappen doen.
Drie weken geleden gaf een studente in een overvolle trein aan dat zij niet wilde dat ik naast haar plaatsnam. Het moment dat ik dat wel deed kreeg ik een ‘kutbuitenlander’ naar mijn hoofd geslingerd. I have seen worse, dus ook deze liet ik over mijn kant gaan. Vandaag werd mij op Amsterdam CS gevraagd of ik het niet warm had ‘met dat doekje op mn hoofd’ -vraag het aan dat kreng naast me met Uggs aan sukkel- maar nee, ook hier ging ik niet verder op in. Later op de dag liep ik met mamalief op straat, en bleek er iets met ‘burqa’ mijn kant opgegooid te worden, ik hoorde het niet, mijn moeder wel, zij gooide er wel iets overheen, maar ook dit ontging me.

Na deze aanhoudende gebeurtenissen ben ik gaan nadenken, waar mensen ineens  het recht vandaan denken te halen je ongevraagd hun ongezoute, beledigende en pijnlijke meningen op te dringen.

Na op Twitter de onderwerpen PVV, geert Wilders en hoofddoek verbannen te hebben, moet ik het toch nog eenmalig op kwijt.

Ik ben 23, woon op mezelf in een leuk appartement, heb een goede baan, en draag meer belasting af dan me lief is. Ik ben vrij opgevoed, heb altijd de keuzes kunnen maken -en gemaakt- die mij bliefte, en tevens gedaan. Ik ben Moslim en heb na goed overwegen besloten een hoofddoek te dragen. Vanuit geen enkele hoek is me iets opgedragen of verplicht, geloof het of niet, tis allemaal pure vrije wil. (voor een ieder die mij kent weet dat mij überhaupt niks opgedragen kan worden, maar dat even daargelaten)

In mijn dagelijkse leven ben ik heel makkelijk.
Als er in de bedrijfskantine geen halalvlees is, vraag ik daar niet om, en eet wat wel toegestaan is.
Ik bid vijf keer per dag op tijd, laat mijn werk dit niet toe, geen probleem, dan haal ik ‘s avonds thuis alles in.
Ligt mijn Nederlandse moeder ‘s avonds na een dag hard werken uitgeteld op de bank, schenk ik met liefde een glas wijn voor haar in.
Heeft mijn broertje ‘s ochtends een kater, dan bedien ik hem op bed met een stevig ontbijt in de hoop dat hij zich snel beter voelt.
Pas kwam er een verzoek van een niet-islamiet die dicht bij me staat. Deze persoon had iemand leren kennen, en ‘het’ zou wel eens kunnen gebeuren, of ik de daarvoor benodigde voorbehoedmiddelen zou willen halen, de schaamte overheerste van de andere kant. No problem, ik ben naar de Etos geracet en heb zonder blikken of blozen een familiepak condooms gehaald, de enige preek die je van mijn kant krijgt is hoe belangrijk bescherming is.
Ik hou van de gayparade, en van homo’s. Volgens veel moslims is homoseksualiteit verboden, ik heb het vaak onderzocht, en waar in de Torah en de Bijbel letterlijk staat dat hun de meest verschrikkelijke aangedaan mogen worden, heb ik dit nergens in de Quran terug kunnen vinden. Ik gooi het op een ‘God weet het beter’ en laat het oordelen aan Hem over, I love gay men en daarmee uit.

Waar het op neerkomt: Ik dring niemand iets op, functioneer naar behoren, pas me aan, participeer in deze Nederlandse samenleving, maar gebaseerd op het feit dat ik een hoofddoek draag, denken mensen het recht te hebben je als tweederangs burger te mogen behandelen en mij random voor alles en nog wat uit te mogen te maken.

De hoofddoek is een deel van mij, hij hoort bij mij. Ik draag hem nu al zolang, dat bij afwezigheid ik me niet minder naakt zou voelen als wanneer ik in mn blote achterwerk naar buiten zou wandelen. Niet alleen is hij er om een deel van mijn schoonheid te bedekken, ook is hij er om bepaalde verleidingen te weerstaan. Nee, niet voor de mannen, verleiding voor mijzelf.  (geloof me, zo geweldig ben ik niet, ook niet met onbedekt haar).
Ik trek een grens ‘tot hier en niet verder’. Ik ben een volwassen vrouw die alle facetten van het leven geproefd heeft, besloten heeft dat dit de koers is die ik op wil gaan. Het behoed mij voor de dingen waar ik van geloof dat ze mij meer slecht dan goed zullen doen, niet alleen omdat dit in een boek is vastgelegd, ook omdat ik het zelf heb ervaren.

En geloof me, ik hoef niet gered te worden. Had me gered toen ik ‘s avonds laat door jongens lastig gevallen werd. Had me gered toen ik als achttien jarige een week lang doodziek was omdat een debiel GHB in mijn drinken had gegooid tijdens een gezellig avondje op stap met vriendinnen. Had me gered toen ik op te jonge leeftijd een tattoeage zette omdat ik dat stoer vond en niet in de gaten had hoeveel impact zoiets later zou hebben.
Daar lieve meneer wilders, had ik allemaal graag gered van willen worden, jaren geleden.
Dat de een zijn zogenaamde vrijheid de ander niet is, moge duidelijk zijn. Hoe ik dat voor mijzelf afbaken, is aan mij, en mij alleen.
Uiteraard wetende dat het meneer Wilders z’n reet zal roesten of ik onderdrukt ben of niet, en het een staaltje moslim bashen is waar Pim Fortuin een driedubbele salto in zn graf van draait.

De economische crisis is nog steeds niet afgedaan, China neemt de boel over, dagelijks sterven duizenden mensen in oorlogen en aan aids, er worden goed geïntegreerde kinderen gedeporteerd naar land van herkomst, criminaliteit neemt toe, vrouwenhandel is groter dan ooit, maar Nederland maakt zich druk om de hoofddoek.
Als de Nederlandse samenleving zich net zo boos zou maken over de bovenstaande zaken als het feit dat ik mijn hoofd bedek, zouden we zowaar in een utopie kunnen leven.

De volgende keer als je naar een meisje kijkt die haar haren bedekt, denk dan aan de andere kant van het verhaal.

Niet de (niet bestaande) islamisering is een gevaar voor deze samenleving, de groeiende intolerantie is daarentegen wel funest.

Dankjewel meneer Geert Wilders.

‘Ja mevrouw, ik ben nog ongetrouwd.’

17 Apr

‘Dus.. over jou heb ik al zoveel gehoord?’ Ze kijkt me aan, ik bespeur een glimlach door haar betraande gezicht.

Het huis ruikt naar b7our (wierook om geesten te verdrijven), de koran speelt op de achtergrond, en het is stervenswarm. De ruimte is te klein voor het aantal mensen dat er aanwezig is, en ik heb het gevoel te gaan smelten. Ik zit in mijn eentje op een stoel, recht tegenover de frontlinie, die gezamenlijk op de hoekbank zitten, met zijn achten welgeteld.

‘..Oh, zal best kunnen.’ antwoord ik .

‘Hoe oud ben je nu?’

‘Drieëntwintig mevrouw, deze zomer word ik vierentwintig.’

Onderzoekend kijkt ze me aan ‘ahh ja, okee.. okee..’ begrijpend knikt ze haar hoofd. ‘En, je woonde in Amsterdam he?’

Ik voel de bui al hangen, onder het mom ‘niemand anders kan mij brengen en ik móet vanavond langs’, heb ik me laten overhalen om toch mee te gaan, wat haat ik mijn ontzettende naïeve ik op dit moment, lang leve dat roze kaartje in mijn portemonnee.

Ik staar naar de grond, ‘Ja mevrouw, daar woon ik inderdaad.’

‘Alleen?’

‘Ja mevrouw, alleen..’

Van haar gezicht valt op dit moment niet veel af te lezen. Zes andere vrouwen staren me ook aan, één trekt haar hoofddoek goed, een ander vraagt of we nog koffie willen, ja alsjeblieft, koffie, graag, veel koffie, ik heb er alles voor over om dit gesprek te beëindigen.

Nee hoor, zo makkelijk kom ik er niet vanaf, dit is een vrouw met een missie en ze zal niet stoppen voor ze weet of deze gaat slagen.

‘Je moeder is Nederlands he?’ Deze vraag beaam ik met een hoofdknik, ‘ja mevrouw, dat is ze.’

‘Mooie vrouw, ik heb foto’s van haar gezien, krijg je altijd de mooiste kinderen van, halfbloedjes.’

‘Dankuwel mevrouw, ja mijn moeder is heel mooi, en nee, niet alleen omdat het mijn moeder is.’

Ze trekt één mondhoek omhoog.

‘En, is zij opnieuw getrouwd?’

‘Ja mevrouw, al heel lang, wat hij doet? Directeur bij een uitgeverij, ja hele lieve man, ja inderdaad, ja ik hou heel veel van hem,
ja, slimme man ook, absoluut.’

Ik besef dat ze de onbekende X-factor in mijn leven probeert te peilen, je moet uiteraard weten wat je je familie binnenhaalt.

‘En broertjes heb je he, een heleboel.’

‘Ja mevrouw, ik heb één broertje van achttien die volgende maand zijn studie afrond en naar Spanje verhuist, nee nog niet helemaal duidelijk wat hij gaat doen, ach ja ‘t is de leeftijd he, ja onderzoeken enzo. Ja, en één van bijna zestien die waarschijnlijk het leger in wil, maar we hopen stiekem dat dit niet gaat gebeuren, dan nog één die in Luxemburg woont, en mijn broertje van tevens bijna zestien in Tunesië, ja ver uit elkaar allemaal, nee niet altijd even makkelijk nee, ja inderdaad je leert ermee leven.’

Ik voel me met de seconde ongemakkelijker worden.

De mannen en vrouwen zijn van elkaar gescheiden, de ruimtes zijn gescheiden door middel van kralenkettingen, en ik zie een gestalte elke paar minuten proberen een glimp op te vangen van wat er hier binnen gebeurd.

De kinderen, zowel jongens als meisjes rennen van ruimte naar ruimte.

Mijn gevoel zegt me dat deze avond draait, om het vage gestalte dat ik net bespeurde, en het beetje hoop dat ik had, voel ik wegebben. De vage schaduw sprak boekdelen, niks voor mij.

‘En, wat deed je nu precies in het leven?’

‘Ik werk mevrouw, bij een vakbond, ik schrijf enzo.’

Hun leger wordt versterkt met de jongen, iets te lang haar, iets te dikke buik, iets te korte benen, iets te bolle ogen, iets te stomme slippers, iets te lange korte broek, iets té irritante lach.

Al op het eerste gezicht heb ik zin om zijn Blackberry kapot te gooien, gewoon, om daarom.
Terwijl ik naar het ding kijk en me dit bedenk, laat hij hem uit zijn handen vallen. Oeps. Kapot.

Hij trekt een beteuterd gezicht, ik glimlach.

De hele kamer kijkt me verwachtingsvol aan.

Ik staar naar mijn glas cola.

De oma vraagt of ik iets in het Nederlands wil zeggen, ze kunnen zich veel talen voorstellen, maar Nederlands hebben ze geen idee van. Ik vraag wat ze willen horen, ‘brood ofzo’.  Na dit vertaald te hebben, vragen ze of ik misschien een hele zin kan zeggen, tuurlijk kan ik dat. ‘Dat ze erin kunnen stikken met dat hangbuikzwijn van ze.’

Iedereen moet lachen, klinkt grappig dat Nederlands. Ik lach mee, heel grappig ja.

Moeder vervolgt ‘En, je bent nog ongetrouwd?’

‘Ja mevrouw, ik ben nog ongetrouwd.’

Er verschijnt een sprankeltje hoop in haar ogen. ‘Ahh, okee, zonde, zo’n mooi meisje als jij nog ongetrouwd.’

Ik bedank haar.

‘Staat het al op de planning?’

‘Ach ja, wie ben ik om te plannen he, dit soort dingen plan je niet, het overkomt je.’

Spontaan voel ik mijn eigen ik weer terugkomen.

‘Nou mevrouw, om eerlijk te zijn, hoop ik dat ik ooit mijn grote liefde tegenkom, zij het nu, dan wordt het nu, zij het over tien jaar, dan wordt het over tien jaar. Maar tot op de seconde van dit moment, is me dat nog niet overkomen en daarnaast hecht ik grote waarde aan het zelf ontdekken van mijn aanstaande.’

Haar zoon kijkt me aan. Ik trek een verongelijkt smoelwerk, en één provocerende wenkbrauw omhoog. Gelukkig ontgaat dit ons gezelschap, maar hij weet genoeg.

Hij pakt zijn kapotte BlackBerry en verlaat de ruimte, de boodschap was duidelijk.

‘Mooie ogen heb je’, probeert zijn zus nog. Ik bedank haar vriendelijk.

Mijn tante kijkt de vrouw aan en haalt haar schouders op, ik verzoek haar vriendelijk of we zo kunnen gaan,
onder het mom ‘ik moet het hele stuk nog terugrijden en ik ben moe.’

Mijn tante begrijpt de hint. We gaan.

Seasons change, people don’t.

31 Mar

Het is zoals het ooit was, maar allang niet meer is geweest.

Hij kijkt me aan, ik kijk terug, het voelt vertrouwd.

Jaren zijn voorbij gegaan, dingen zijn gebeurd en hier zitten we dan.

De angst slaat me om het hart bij de gedachten dat één van mijn dierbaren

ooit te horen krijgt dat we hier samen zitten, nu, na alles wat er is gebeurd.

Ik wil niets liever dan het verleden achter ons laten, en de toekomst instappen, met zijn tweeën.

Vergeven wat me is aangedaan, beseffende dat we alleen maar mensen zijn,

en fouten maken menselijk is.

De uitspraak ‘Seasons change, people dont’ blijft mijn onderbewustzijn

sluimerend teisteren, mijn bewustzijn verdrukt hem tegen beter weten in.

Hij is de enige van wie ik ooit oprecht gehouden heb, met alle gevolgen van dien.

Plotseling zwart voor mijn ogen  word ik overvallen door een flashback.

Wij. Hij en ik. Samen. Alleen. De golven van de zee op de achtergrond. Een opkomend gevoel van paniek.

Een harde schreeuw. Een onverwachte beweging.  Het geluid van splijtend bot. Gillende omstandigers. De huid verwarmd door het stromende warme bloed. Het moment dat de  smaak mijn mond bereikt, verlaat het bewustzijn mijn lichaam.

Het grind dat kleeft aan mijn wang wanneer ik  weer bij ben. De sirene van de naderende ambulance. Hij verdwijnend in het holst van de nacht.

Ik ben weer terug op deze wereld, en besef, dit heeft nooit moeten zijn.

‘Ik vind God maar een sukkel’

29 Mar

‘Ik vind God maar een sukkel’ schalt het door de ruimte.

Er valt een ongemakkelijke stilte. Ik hoor dat het typen per direct gestaakt wordt, de plastic koffie bekers worden neergezet. Ik voel hun ogen in mijn rug prikken. Heimelijk hebben ze de discussie gevolgd, hun blikken star op hun scherm gericht, er alles voor over hebbend om maar niet actief bij deze gewaagde discussie betrokken te worden. Tot nu. Het hoge woord is eruit. De climax viel onverwacht. Nog steeds voel ik de blikken in mijn rug priemen. Telepathisch vang ik hun gedachten op,  ik hoor alle scenario’s de revue passeren: Hoe zal ze hierop reageren, wat gaat ze doen? Zal ze hem modern stenigen met het aanwezige elektronische apparatuur of wordt hem onder een luid ‘Allahu Akbar’ gekir ritueel de nek omgedraait?

Ik zit met mijn rug naar hem toe, koffie in één hand, typend met de ander.  Ik ben de enige op de vloer die nog steeds compleet gefocust is op waar ik mee bezig hoor te zijn: mijn werk. De reeds vijftien minuten durende discussie die we voerden, deed ik op automatische piloot. Negentig procent van mijn aandacht lag bij het schrijven van mijn rapport, vijf procent bij het weekend, drie procent bij overige zaken en een luttele twee procent bij deze discussie. Ik draai me om, en zie nog steeds de angstvallige blikken op mij gericht, proberend elke uitdrukking op mijn gezicht te lezen en elke gelaatstrek  te interpreteren, het mag niet baten. Ik zie dat ze niet veel wijzer worden.

Ik neem nog een slok  koffie en richt mijn blik op mijn collega.

Terwijl ik naar hem kijk, bedenk ik me dat hij mijn favoriete collega op deze afdeling is. Ik besef me dat mijn liefde voor deze man met de dag groeit, platonisch welteverstaan. Een rebel pur sang, geboren om tegen heilige huisjes te schoppen, met maar één doel in het leven, tegen álles ingaan. Een grote mond, een klein hartje. Zo gek als een deur, en tegelijkertijd altijd daar wanneer je hem nodig hebt. Onze gesprekken gaan altijd of érgens over, of nérgens over. De gulden middenweg kennen we niet. De collega die haarfijn aanvoelt of ik een goede, of  een mindere dag heb, en met beide scenario’s haarfijn weet om te gaan. De collega die ongevraagd hulp biedt, die niet stopt met zoeken, totdat hij heeft gevonden waar ik naar op zoek was, en dat beperkt zich niet tot de vaste werktijden. Ik kijk naar hem. Hij wordt met de seconde ongemakkelijker, proberend te peilen wat er op dit moment in mijn hoofd omgaat.

Ik kijk naar hem. Een collega kucht ongeduldig aan de andere kant van de ruimte.

‘Dus..’ begin ik. De collega’s zijn nu op het punt aangekomen dat de adem wordt gestokt, en ik hoop dat ze niet al te blauw zullen aanlopen.

All eyes on me.

‘Jij vindt God een Sukkel?’

Zijn stoere blik wordt overschaduwd door een lichtelijke paniekaanval.

Hij kijkt me aan.

..ja, dat vind ik.’

Ik neem nog een slok van mijn koffie, en voel mijn mondhoeken richting mijn oren trekken.

‘Tsja, in dat geval.. .’ zeg ik terwijl ik een brede grijns niet langer kan onderdrukken 

kan ik niks anders constateren dan dat we vooruitgang boeken.’

Vragend kijkt hij me aan.

‘Één week geleden gaf je aan Zijn bestaan tot in het uiterste te ontkennen, nu een week later erken je Hem niet alleen je hebt er zowaar een mening over gevormd.’

Hij kijkt me aan.

De wangen van mijn collega’s beginnen rood te kleuren. Ze ademen weer.

Hij is stil, en kijkt me met grote, ronde ogen aan, deze wending van het gesprek stond niet in de planning. Stilzwijgend richt hij zijn blik gegeneerd op de grond.

Ik sta op:

‘Iemand nog koffie?’